Kabels en begeleiding….
Wie een huis koopt laat het altijd even nakijken door een onafhankelijke bouwkeuring. Wie een auto koopt gaat sowieso langs de ANWB voor een onafhankelijke keuring. Waar we ook om ons heen kijken kun je door onafhankelijke partijen de relatie tussen een opdrachtgever en de opdrachtnemer laten verifiëren, behalve onder de grond…
Sinds jaar en dag is de wereld van de ondergrondse infrastructuur ingedeeld naar, vaak zeer grote, opdrachtgevers en een heleboel, vaak kleine, opdrachtnemers. De opdrachtgevers zijn de gemeenten, netbeheerders (KPN, Eneco, etc) of projectontwikkelaars. De opdrachtnemers zijn de uitvoerende aannemers of ingenieursbureaus die het werk uitzetten.
Wat in deze constructie niemand meer opvalt is dat de partijen elkáár controleren op de uitvoering van het werk en met name de kwaliteit ervan. Over de prijs is vooraf een hele discussie geweest en wordt wellicht door de afdeling facturatie achteraf nog een enkele vraag gesteld. Operationeel wisselt men rapportages over voortgang en kwaliteit met elkaar uit en worden met grote regelmaat overleggen gevoerd om deze rapportages te bespreken. En waar gaat het dan vaak over? Klopt de rapportage van de andere partij en hoe kan er gecontroleerd worden of het gestelde ook daadwerkelijk waar is. Wat mist is een inhoudelijke discussie over de kwaliteit van het werk of het resultaat van de samenwerking. Feitelijk toont zich een gebrek aan vertrouwen en komen we niet makkelijk uit die vicieuze cirkel.
De voor de hand liggende oplossing die gekozen wordt, is eigen controleurs erop uit te sturen en de gegevens van de “tegenpartij” te checken. Wat men zich niet realiseert, of op de koop toeneemt, is dat hiermee de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het geleverde werk uit handen wordt genomen van de uitvoerende partij. Dat accepteren we en sterker nog, we richten onze organisaties er helemaal op in, want de uitvoerende partij kan het controleren van eigen werk fijntjes aan de opdrachtgever overlaten. Het behoeft geen betoog dat dit regelmatig voorkomt in de praktijk.
Maar er is gelukkig wel een betere oplossing voor dit dilemma. Wie heeft niet een presentatie gemaakt en deze dan na herhaaldelijk zelf checken nog even door zijn/haar partner laten lezen. Hij/zij hoeft van de materie niet alles te weten om er toch nog dat laatste foutje op de eerste pagina uit te halen! Een onafhankelijke derde voegt net even die laatste verbetering toe. Waarom dan deze opzet niet ook in de ondergrondse infrastructuur toepassen? Het levert gelijk een oplossing die voldoet aan alle criteria voor een gebalanceerd controleproces:
• Verantwoordelijkheden liggen op de juiste plaats
• Voldoende en adequate controle is mogelijk door bekwaam personeel
• Beheersbare kosten van het gehele proces en niet hoger dan de huidige kosten,
• Organisatie kan worden gebouwd op vertrouwen.
Om te beginnen laten we elke partij de eigen uitgaande producten zelf controleren. Met “uitgaande producten bedoelen we de opdracht van de opdrachtgever of het opgeleverde product van de uitvoerende partij. Jezelf controleren is niets nieuws (behalve als je bovenstaande tot in het extreme hebt doorgevoerd en je opdrachtgever jouw werk laat controleren) en dus eenvoudig in te voeren. Spreek hierover netjes met elkaar af wat je levert en wat je hierover rapporteert en “klaar is Kees”. Hiermee neemt iedere partij zijn eigen verantwoordelijkheid en ligt die waar ze hoort.
Vervolgens halen we, zoals ik boven al suggereer, een onafhankelijke partij met bekwaam personeel erbij om dit proces en de onderlinge rapportages op juistheid te verifiëren. Dat kost een hoop extra, zal de eerste reactie zijn. Maar dat valt dus mee, als men zich realiseert dat alle vergadertijd nu volledig gestoken kan worden in het verbeteren van de resultaten, in plaats van in steggelen over de juistheid van de rapportages. Daarnaast is de capaciteit benodigd voor het verifiëren (en dus niet nogmaals controleren) van de rapportages een fractie van de controlecapaciteit die toch ingezet wordt.
Wat hiermee tevens bereikt wordt, is dat de opdrachtgever en –nemer onderling kunnen bouwen aan het wederzijds vertrouwen en als échte partners in business zaken kunnen doen.
Nu helpt het ministerie van Economische Zaken de kabel en leidingbranche deze kant op te gaan. De WIUON (wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken, ook “grondroerdersregeling” genoemd) stelt dat netbeheerders en grondroerders vanaf begin volgend jaar aan nieuwe regelgeving moeten gaan voldoen. De eerste gaan hun ligginggegevens beter delen en beheren, de laatste zorgvuldiger graven. Er komt nog veel meer bij kijken, maar dat zou hier wat ver gaan.
Waarom helpt deze wet de markt om in zee te willen gaan met onafhankelijke partijen die de kwaliteit in de gaten houden? Beide partijen gaan veranderen en zullen dus naar elkaar verwachtingen hebben. Als we die discussie willen toevoegen aan de huidige situatie zoals hierboven geschetst, maak je borst dan maar nat! Een onafhankelijke partij die hierin kan arbitreren, helpt de veranderingen te begeleiden en de onderlinge verstandhouding naar een hoger vertrouwen te brengen én zal snel zijn toegevoegde waarde kunnen aantonen. Opmerkelijk is alleen dat er zich nagenoeg geen onafhankelijke partijen hebben gemeld op deze markt. Tot nu toe maar één…
Veel beweging is er rond het leveren van GIS-diensten (intekenen ligginggegevens, inmeten van kabels en leidingen) en er zijn wat uitvoerende partijen die zich profileren in de combi-aanleg. En ja, er is een enkele uitvoerende partij die zich opwerpt om de controle uit te voeren. Maar wat zien we dan? Men neemt de controle over van de verantwoordelijke partij en/of loopt een concurrerende uitvoerende partij te controleren. Neem nu maar aan, dat zoiets niet werkt. Dat hebben we al bewezen de afgelopen jaren. Slechts een partij die zelf niet de werkzaamheden uitvoert kan zich oprecht onafhankelijke positioneren.
Samenvattend stel ik, dat de kabel en leidingwereld een spannende tijd tegemoet gaat. De veranderende regelgeving stelt verwachtingen in het kader van zorgvuldig werken en zorgvuldig met elkaar omgaan, wat we kunnen vertalen naar een verbeterde kwaliteit van ons product. Waar voorheen schijnbaar geen partijen nodig waren om de kwaliteit naar elkaar en onze omgeving te borgen zal die wens/noodzaak er in de komende jaren in toenemende mate wel blijken te zijn. Er is altijd een eerste schaap over de dijk, die met een onafhankelijke aanbieder gaat samenwerken, maar neem maar vast aan dat de rest van de kudde niet kan achterblijven!
Ir. Frits de Ruyter de Wildt
Directeur ICon-services bv
Artikel voor Vakblad “Riolering” uitgave december 2007-10-18